Bij een bedrijfsovername is de financieringsstructuur minstens zo bepalend als de prijs. Een te agressieve structuur legt zoveel aflossingsdruk op de onderneming dat er geen ruimte overblijft voor investeringen — precies wanneer een nieuwe eigenaar die het hardst nodig heeft.
- Stapeling van bancair, verkoperslening, eigen inbreng en mezzanine
- Aflossingsschema afgestemd op de vrije kasstroom
- Earn-out om waarderingsverschillen te overbruggen
De typische kapitaalstructuur
- Eigen inbreng koper — commitment, doorgaans 10 – 25%
- Bancaire acquisitiefinanciering — de goedkoopste laag, met zekerheden
- Verkoperslening — achtergesteld, houdt de verkoper betrokken
- Earn-out — deel van de prijs afhankelijk van toekomstige resultaten
- Mezzanine of participatie — voor het gat dat overblijft
Waardering als vertrekpunt
Vrijwel elke overnamediscussie begint bij de waardering. Een multiple op genormaliseerde EBITDA geeft een marktreferentie, een DCF-berekening geeft de onderbouwing. Belangrijker dan de methode is de normalisatie: eenmalige posten, marktconform ondernemersloon, huur van vastgoed van de DGA en overtollige liquiditeit.
Financiers toetsen jouw waardering aan hun eigen model. Een koopsom die niet uit de kasstroom te dragen is, komt niet rond — ongeacht hoe redelijk de multiple aanvoelt.
Veelgestelde vragen
Kan ik een bedrijf overnemen zonder eigen geld?
Vrijwel nooit volledig. Financiers verwachten commitment van de koper. Wel kan de eigen inbreng deels bestaan uit een verkoperslening, een participatie of een gefaseerde overname waarbij je aandelen uit toekomstige winst verwerft.
Wat is een management buy-out?
Een MBO is een overname door het zittende managementteam. Omdat het management de onderneming kent, beoordelen financiers het risico vaak gunstiger dan bij een externe koper (MBI).